Het bos van Colfontaine beslaat een oppervlakte van 780 hectare in de gemeenten Colfontaine, Frameries en Dour. Het werd aan het begin van de 20ste eeuw aangekocht door de Belgische staat, is nu eigendom van het Waalse Gewest en wordt beheerd door het Departement Natuur en Bos. Dit beheer houdt rekening met de grote biologische diversiteit en essentiële sociale functie ervan in het hart van de Borinage, terwijl tegelijkertijd de economische waarde van de bossen wordt benut en de jacht er wordt toegestaan.
De variatie van de ondergrond en de bodems, de aanwezigheid van meerdere waterlopen en een golvend reliëf hebben de ontwikkeling van een grote diversiteit aan boomsoorten mogelijk gemaakt. De eik en de es maken het leeuwendeel uit. Daarnaast zijn er ook beuken, kastanjebomen, esdoorns en vele andere loof- en naaldbomen.
Dankzij deze diversiteit aan habitats leven er talrijke diersoorten, waaronder verschillende soorten spechten en de ijsvogel. In het voorjaar kleuren narcissen, hyacinten en bosanemonen het onderhout. In het najaar vinden liefhebbers van kastanjes of paddenstoelen er genoeg om hun smaakpapillen te verwennen.
S.Hennebique
©S.Hennebique
S.HennebiqueBosbeheer
Het kappen van hout is georganiseerd in ruimte en tijd. Het hele massief is in kaart gebracht en verdeeld in secties die op hun beurt zijn onderverdeeld in percelen. Daarin worden bomen gemerkt voor de houtkap en verwerking, afhankelijk van de soort, hun omvang en kwaliteit. Elke 12 jaar wordt in een bepaalde sectie gekapt. De keuze van de soorten en het aantal te kappen bomen worden bepaald op basis van een inventarisatie die wordt uitgevoerd vóór het 'hameren' (het merken van de stam van de te kappen bomen). Naast de gezondheids- en veiligheidsaspecten is het doel hiervan om, bij voorkeur op natuurlijke wijze, regeneratie van dit bos mogelijk te maken door een dichtheid te verkrijgen die de groei van jonge bomen bevordert, die profiteren van de ruimte en het licht dat vrijkomt wanneer de grotere exemplaren worden verwijderd.
Aan het einde van de kap van een sectie zal er 12 jaar lang niet meer worden gekapt. Het bos kan zo groeien en het weggehaalde volume aanvullen. De achtergebleven bomen zullen groter en dikker worden, jonge zaailingen zullen zich wortelen en zich ontwikkelen en er zullen eventueel aanplantingen plaatsvinden.
Sommige percelen blijven echter gevrijwaard van de houtkap en vormen 'strikte reservaten', waar geen bomen worden gekapt en het bos vrij mag groeien, zonder tussenkomst van de mens. Bovendien worden in het hele bos grote dode bomen of bomen met bijzondere kenmerken of specifieke ecologische niches aangeduid met een gestandaardiseerd symbool. Ze blijven in het bos staan totdat ze omvallen en door micro-organismen worden afgebroken
Deze methode beoogt de samenstelling en het behoud van een bos dat gemengd is qua soorten, leeftijden en volumes, dat beter bestand is tegen ziekten, plagen en extreme gebeurtenissen, en veerkrachtiger is in de context van de klimaatverandering. Het zorgt voor de juiste balans tussen ecologie en economie, en biedt bezoekers een aangename en duurzame omgeving.